\documentstyle[12pt,dutch,a4wide]{article} %\title{} %\author{} %\date{\today} %\maketitle %\tableofcontents \begin{document} \subsubsection*{29-3-1993 Michiel} Zojuist beschreef ik in een idee enkele voorbeelden uit de dagelijkse praktijn van verschijnselen die niet 1-2-3 te verklaren zijn (stroken papier, potloodpuntjes en plakband). Ik herinner mij er echter nog eentje. Dit is het verschijnsel dat zich voordoet bij bepaalde plasticfolies. Je kunt deze uittrekken tot een bepaald nivo, wat je ziet aankomen doordat je ziet dat het plastic echt uiteengetrokken wordt, het ziet eruit als inelkaar grijpende vingers. De uitrekking stopt als de vingertoppen bij elkaar komen. Als men het folie helemaal heeft uitgerekt is het nog mogelijk om uit te rekken in een andere richting, bijvoorbeeld loodrecht op de vorige. Daarna blijkt dat in de oorspronkelijke richting weer wat vervorming zit. Dit gaat allemaal niet te vaak want op een gegeven moment is het plastic wel kapot. De verklaring van dit verschijnsel moet waarschijnlijk gevonden worden in de moleculaire structuur van de plastics die dit verschijnel vertonen. Het gaat niet met elk plastic-folie. Er zijn dan ook twee soorten te onderscheiden: Plastics waarmee het wel gaat:vervormbare plastics en soorten waarbij het niet gaat (ik heb hier bijvoorbeeld verpakking van een bepaald soort snoepgoed (kit-kat 5 verpakking) waarmee het absoluut niet gaat (niet waarneembaar of niet handmatig te bereiken), ook met plakband gaat het niet, dit breekt) onvervormbare plastics. De vervormbare plastics zullen waarschijnlijk uit lange ketens bestaan die langs elkaar of opgerold zitten. Door er aan te trekken kan het schuiven of afrollen. Bij onvervormbaren zitten er waarschijnlijk tussenverbindingen tussen de ketens. Ik bedenk dit nu even snel en ik weet zo gauw geen goede simpele methode om deze hypothese te toetsen men een experiment. Wellicht komt dit nog eens. \end{document}