\documentstyle[11pt,dutch,a4wide]{article} \begin{document} \subsubsection*{29-11-1995 Michiel} Zeven en een halve maand is het geleden dat ik schreef aan het vorig idee, dat gedateerd is op 11 april. Het was nog niet eens half af. Ik heb hier nog wat aantekeningen op papier. In die tijd heb ik een boekje gehaald, uit de Philips-bibliotheek, genaamd `Human color perception' of zoiets, en mij vast voorgenomen om dat eens te lezen. Daar is het natuurlijk niet van gekomen, maar het heeft wel het idee van 11 april afgeremd en mij doen beseffen dat het volstrekt zinloos is om er nog mee verder te gaan. De wetenschap der kleurenperceptie is al veel verder gevorderd dan ik, en elke bijdrage van mij is van een volstrekt futiele marginaliteit. Nu wist ik dat van te voren ook wel natuurlijk, maar zo op de feiten gedrukt worden blijft onprettig. Heb ik dan 7$\frac{1}{2}$ maand absoluut geen enkel ideetje voortgebracht en helemaal geen enkele geestelijke prestatie verricht? Ik beweer, om mezelf een beetje om te vrolijken natuurlijk, dat dit niet zo is. Eventuele gedachten die in het verleden met blijschap tot idee verwerkt zouden worden zijn nu vaak beland in een E-mail --een uitvinding waarvan ik de waarde(loosheid) nog niet juist kan schatten-- aan deze of gene. En ik heb ook enige bijdragen aan enige `newsgroups' gemaakt (het internet is een geduchte concurent van het idee\"enboek). Ik herinner mij nu dat ik al eens een briefwisseling met Chiel als idee naar Herman heb verstuurt (en is daar ongetwijfeld verdonkermaand), en mijn zeven en halve maand zou ik dus nog wel wat kunnen oppoetsen. Wellicht zal ik als ik tijd heb, en als het niet verloren gaat, mijn inkomende en uitgaande `mail' van de afgelopen maanden nog eens doorlopen en een compilatie maken van de idee-achtige passages. Een ander psychisch bereikte in de afgelopen tijd, naast het studiele, is dat ik toch wel een beetje opschiet met het leren van Esperanto. Ter oefening ben ik begonnen met het vertalen van Elsschot's `Kaas'. Ik heb overwogen om het resultaat hiervan op te nemen in dit idee, maar er toch maar van afgezien, want ik vermoed dat het nog niet al te best is. Ik overweeg om het ook eens op te sturen naar zo'n news-group met het verzoek de grootste blunders erin aan te wijzen. Het idee\"enboek verwordt toch al te veel tot een tentoonstelling van intellectuele onkunde mijnerzijds. Ik zal dan tot slot nog een opsomming proberen te geven van hetgeen ik in de komende tijd zou willen bereiken (afgezien van de studie, want daar wil ik het nu even niet over hebben). Ten eerste vind ik dat het leren van Esperanto nog wat meer voortvarendheid moet krijgen. Mocht er eventueel onder buitenlanders interesse zijn en mocht ik toevallig de eerste zijn (vast niet), wil ik de vertaling van `Kaas' completeren (Ik heb al 4 bladzijden). Het boekje bevat 24 hoofstukken (van gemiddeld zo'n 4 bladzijden) en wil het niet te lang gaan duren moet ik pakweg elke twee weken een hoofdstuk voltooien (Dat is zeg maar ongeveer een avond werk, nu nog wat meer want ik zoek vrijwel elk woord nog op. Maar ik mag toch aannemen dat het wat soepeler zal gaan gaan. Ik denk overigens dat de kwaliteit van de vertaling gecorreleerd is met de tijd die het koste, dus mocht ik het echt goed willen doen, heb ik misschien wel twee of drie avonden voor een hoofstuk nodig). Ten tweede vind ik dat het schilderen, dat we ons ooit voornamen, niet geheel moet verzanden. Laten we zeggen dat een gemiddelde van 1 avond of 1 dag per maand schilderen haalbaar moet zijn. Het luisteren van muziek in chronologische volgorde moet ook, wil het een beetje omvattend worden, opschieten. We zijn al jaren `bezig', maar we zijn nu pas beland rond 1700 (Bach), en zelfs dat onvolledig. We hebben dus nog zo'n 3 eeuwen te gaan en dit moet in zeg maar een jaar gebeuren, anders kan dit voornemen voorgoed voor verloren beschouwd worden, en blijf ik de rest van m'n leven maar fan van Tobias Hume. Dat is 25 jaar per maand en moet dus doenlijk zijn. Dan zijn er nog zeer vele structuren en algoritmes die ik wil implementeren in een computertaal. Omdat dit voor een ander natuurlijk verregaand oninteressant is ga ik hier niet over uitwijden. Verder wil ik binnenkort een standaarwerk opstellen over waarom ik atheist ben. Zeer vaak komt men gelovigen tegen, en als men dan niet uitkijkt raakt men verzeild in oeverloze discussies met dit thema (overigens best leuk, hoor). Mocht het dan ooit weer gebeuren, stuur ik 'm dit standaardwerkje op. Ben ik in elk geval van dat gezwam af. Kunnen we daarna eens een nieuwe levensvraag aansnijden (komen we ook es verder, in plaats van dat eeuwige gedrentel rond hetzelfde putje). De volgende uitdaging is natuurlijk het bedenken van een goede opvolger van de God-bestaat-niet-stelling. Er leuk en controversieel zou natuurlijk de God-bestaat-wel-stelling zijn, maar ik schiet dan erg mis, het moet heel iets anders zijn. Nog eens hier en daar hierboven doorlezen bedenk ik ook nog wat, dat echt een idee zou kunnen zijn: Wat een zegen zou het zijn als we haakjes en pijlen en zo in onze taal zouden kunnen opnemen. Bijvoorbeeld: `Ik eet graag. Ik heb namelijk een hekel aan honger lijden. En meestal doe ik dit op vrijdag' Dit is duidelijk lelijk, maar ik wil het wel vaak doen. Dit simpele geval is natuurlijk nog wel anders op te lossen (door het niet op te delen in 3 zinnen of zo), maar het illustreert wel een beetje wat ik bedoel. Nu wil ik een systeem, met bijvoorbeeld haakjes, ontwikkelen om bovenstaande logisch op te schrijven. Dan is het ook niet meer zo lelijk en hoop ik een krachtig middel te hebben ontwikkeld om mezelf uit te drukken. In later stadium zal ik dan de symbolen die ik heb ingevoerd door woordjes of zo moeten vervangen zodat het ook is uit te spreken. Dit alles zal ik nu niet gaan doen, want het is al belachelijk laat en het zal wel een andere keer worden. Waarschijnlijk zo rond sint Juttemis. \end{document}