\documentstyle[11pt,dutch,a4wide]{article} %\title{} %\author{} %\date{\today} %\maketitle %\tableofcontents \begin{document} \subsubsection*{13-3-1995 Michiel} Een idee. Vandaag moet het er maar weer eens van komen. Vandaag moet er maar weer eens een idee komen. Probleem is dat ik nog geen idee heb. Dat wordt moeilijk. Terwijl de idee\"enschrijffrequentie nu toch een stuk kleiner is dan hij ooit was. Ik herinner mij nog ten minste \'e\'en idee wat etymologisch van aard was. Aangezien ik zo onvervaard geweest ben om enkele van mijn idee\"en te laten lezen aan (voorlopig ex-)huisgenoten heb ik van hen dan ook een etymologisch woordenboek gekregen. Dit schept natuurlijk perspectieven op het idee\"enschrijfgebied \footnote{Zoals in Elsschot in {\em kaas} zoveel mogelijk woorden met 'kaas-' laat opduiken maak ik er geloof ik een gewoonte van veel woorden met 'idee\"en-' te contrueren}. Heeft men geen idee dan gaat men gewoon een beetje lezen in z'n etymologisch woordenboek en goede kans dat er dan wat komt. Dat zal ik dus maar eens gaan proberen. Voor de schrijver (ik) volgt hier dus een pause die door de lezer wellicht niet opgemerkt zal worden. Daarom schrijf ik het er maar even bij. Ik moet trouwens ook nog een televisie en een telefoon regelen voor op m'n nieuwe kamer anders raak ik wellicht een beetje ge\"{i}soleerd \footnote{De pause bevindt zich hier en blijkt een tijdspanne van uren te omvatten. Ik heb nog niet eens in m'n woordenboek gelezen, maar wel gekeken en herinnerde mij het idee.}. Germaanse talen hebben de eigenschap dat bepaalde klankcombinaties een betekenis hebben. Terwijl ik toch een germaanse taal als schrijf en spreek had ik mij dit nog niet eerder gerealiseerd. Op zich is deze gedachte er al een die ik als idee, hoewel geen goed, zou kunnen gebruiken. Ik hoop echter dat het idee iets meer zal gaan omvatten. Om bovenstaande opmerking over germaanse talen te verduidelijken zal ik de voorbeelden uit de inleiding van m'n woordenboek hier herhalen: slet, slons, slier, slabberen, slampampen, slobberen, slodderen, slordig, slorpen. Woorden waarin de 'sl'-combinatie een afkeuring impliceert. Ook geluiden kunnen met 'r' en 'kn' veelal doeltreffend worden weergegeven: rammelen, rommelen, ronken, rinkelen, razen, ruisen reutelen, rochelen, knappen, knarsen, knersen, knetteren, kneuteren. Met 'kn' wordt ook korte samengedrongenheid aangeduidt: knaap, kneukel, knokkel, knobbel, knoest, knoedel, knol, knop, knoop, knor, knorf, knuist en knuppel zijn alle nederlandse woorden. Ook kan men met bepaalde stammen grote hoeveelheden woorden samenstellen door aamplaksels, afhaksels, ab- en umlauten etc.: splijten, split, spleet, splitten, splissen, beslissen, splinter, flenter, slenter. Of: sluiten, slot, sleutel, ontsluiten, uitsluitsel, sluitstuk. Synthetische talen zoals esperanto proberen ook een soortgelijk systeem uit. Met een beperkt aantal regeltjes kan men dan woorden construeren en de taal is vele malen makkelijker te leren dan de 'natuurlijke' talen. Afgaande op bovenstaande informatie waag ik dus de hypothese dat deze talen ook makkelijkere te leren moeten zijn als men deze regeltjes voor de 'natuurlijke' talen zou kennen. Het ab- en umlauten lijkt mij bijvoorbeeld een tamelijke leuke en praktische regel, hoewel ik er nog geen bal van snap. Ook zou de talenstudent erg geholpen zijn met de vele 'vertaalregeltjes' die er in de etymologie moeten zijn. Woorden uit een vreemde taal die volkomen onbekend voorkomen kunnen met een paar eenvoudige transformatie tamelijk huiselijk worden. Ter illustratie van deze regeltje enige bijelkaarhorende woorden uit verschillende talen: caput/hoofd, pat\`er/pitar,vader, p\'atram/veder. Als derde onderdeel van dit idee wil ik nog even opmerken dat bepaalde homoniemen hun verschillende afkomsten tamelijk goed laten navoelen. Bijvoorbeeld het homoniem 'riem' dat betekent: 1.band, 2.roeispaan, 3.papiermaat. Op \'e\'en of ander wijze klinkt het volkomen aannemelijk dat de eerste betekenis oorspronkelijk germaanse het tweede latijnse en het derde arabische wortels heeft. Hoe komt dit? Mijn voorlopige hypothese is dat er een soort correlatie is tussen de buitenissigheid van taalafkomstigheid en betekenis. Buitenissige betekenissen worden maar zelden bedacht en snel geleend is dan de achterliggende gedachte. Op \'e\'en of andere manier vind ik het ook niet gek dat van de volgende 3 woorden er 1 van latijnse en twee van germaanse afkomst zijn: helder, kelder, melder. (misschien wist ik het en komt het daardoor). Bezit het germaans nog meer regelen die men (onbewust) kent en zo de mogelijkheid tot herkenning van germaansheid geven? \end{document}